headerfoto-congres-2016

Tijdens het deltacongres van 3 november 2016 kreeg het voltallige deltaprogramma en deltacommissaris Wim Kuijken alle lof toegezwaaid. Het staat allemaal als een huis! Doelstellingen worden gehaald, planningen en begrotingen worden niet of nauwelijks overschreden en participerende lokale partijen zijn door de band genomen tevreden met de gerealiseerde oplossingen.

Op de golven van dit succes krijgt de deltacommissaris er een taak bij. Hij mag een deltaplan gaan opstellen voor ruimtelijke adaptatie. Dit plan moet steden, dorpen en landschappen beter beschermen tegen extreem weer, naast de al beste bescherming tegen overstromingen en van onze zoetwatervoorraad. Maar een deltaplan tot stoeptegelniveau, dat kan natuurlijk alleen maar samen met zo’n beetje alle publieke bestuurders in Nederland. Om over private partijen als banken, verzekeraars, projectontwikkelaars en woningcorporaties nog maar te zwijgen. Kortom: inhoudelijk en bestuurlijk misschien wel een veel complexere opgave dan het versterken van de dijken.

Waar vriend en vijand het over eens lijken te zijn is dat er in ieder geval een schepje bovenop mag. Daarmee wordt bedoeld boven op de deltabeslissing ruimtelijke adaptatie uit 2014 die vooral intentie gedreven is. Nu, vier jaar later gaat blijken wat een eerste deltaplan kan bijdragen aan een sterkere aanpak ‘van dakgoot tot delta’. En welke andere opties we hebben om de transitie te versterken, zoals belastingvoordelen voor eigenaren van klimaatbestendig vastgoed of de uitvoeringsprogramma’s die gemeenten in de omgevingswet gaan opnemen.

Als kwartiermaker van de city deal klimaatadaptatie mag ik deze zoektocht en discussie vanuit de ervaringen in acht Nederlandse steden gaan voeden. En dat binnen de bijzonder prettige cultuur van Nederland als wereldkampioen samenwerken aan water. Een prachtig vooruitzicht voor het nieuwe jaar!

Deltaplan voor ruimtelijke adaptatie?